fer.stutterheim.nl

© 1942-1945 Erven D.F. Stutterheim

stutterheim.nl


Dit is de tekst van een lezing gehouden in de jaren 1942-1945 door D.F. Stutterheim voor mede-geïnterneerden in het kamp Tjimahi IV in het toenmalige Ned. Indië. Hij beschrijft de situatie aan de Westkust van Amerika van een aantal jaren eerder. De tekst is in maart 2005 uitgewerkt door K.A.W. Stutterheim en F.W. Stutterheim. Teneinde de leesbaarheid te vergroten is in een aantal gevallen de interpunctie aangepast en is de tekst opnieuw in alinea's ingedeeld. Afkortingen zijn voluit geschreven.

Mijne Heren,

Deze keer wou ik u medenemen op de kustreis die we langs de westkust van Amerika maakten en wel van Los Angeles via San Francisco, beide in de staat Californië, via Portland in de staat Oregon naar Seattle en Tacoma in de staat Washington en dan naar onze eindhaven Vancouver in de Canadese staat British Columbia.

De eerste haven dan die we aanlopen is San Pedro, dat met de havencomplexen van Terminal Island, Willmington en Long Beach tegenwoordig samengevat wordt onder de naam van L.A. Harbour. Er is geen haven ter wereld die zich sneller uitgebreid heeft, geen wonder, want er is ook geen streek ter wereld die zich sneller ontwikkeld heeft dan de omstreken van Los Angeles. In een 25 jaar tijd is Los Angeles van een stadje geworden tot een metropolis tot ver over de miljoen, voornamelijk dank zij het klimaat en de vruchtbaarheid van de omstreken, die daar alles laten groeien en bloeien. Ook de filmindustrie werd daar naar toegetrokken door het klimaat, zonnige dagen en een omgeving die zó gevarieerd is, dat men er alle mogelijke taferelen der wereld natuurgetrouw kan vinden.

De haven van San Pedro is geheel kunstmatig aangelegd. Er werd mee begonnen door de Marine in 1908, met de bedoeling om daar de home gate (thuishaven) van haar Pacific Fleet te stichten. Nu is het de drukste haven van de hele Westkust zowel in de VS als in Canada en Zuid-Amerika. De Californische kust is op die hoogte beschermd door een rij eilanden, waarvan wel de meest bekende Catalina Island en Santa Barbara zijn. De brede zeestraat die tussen deze eilanden en de kust loopt, heet het Santa Barbara Chanel. De eilanden zelf zijn rotsig, kaal, woest en dor, maar worden door de tienduizenden bezocht die de groot-stad wensen te ontvluchten en hun vakantie ver van het stadsgewoel aan zee willen doorbrengen met vissen en zwemmen. Overal zijn er dan ook, vooral de laatste jaren, hotels verrezen voornamelijk op Catalina, waarheen vanaf San Pedro iedere dag een grote passagiersboot vaart en 3 x per dag een vliegdienst vertrekt. Eén van de aantrekkelijkheden op Catalina zijn de onderzee-tuinen, die men bezichtigt in bootjes met een glazen bodem.

Het eerste wat we van de vaste wal onderscheiden is San Pedro Hill, een 1800 voet hoge heuvel, die er vooral in de zomer kaal en dor uitziet. In de lente daarentegen is het er een weelde van wilde bloemen en een lustoord voor botanisten. Aan haar zuidelijke voet - een stuk tegen haar helling op - ligt een gedeelte van het betere villakwartier van San Pedro: lieve villaatjes met weelderige tuinen en een gezicht op de baai en de Pacific met op de achtergrond die rotsige eilanden, dat onvergetelijk is.

Nu krijgen we het breekwater in het zicht. Een mijlenlange pier, die tot aan L.B. (Long Beach) toe loopt en zo'n groot gedeelte van de Baai afsluit, dat de gehele Amerikaanse vloot er achter ten anker kan liggen. Ik heb er eens 12 grote slagschepen, 8 kruisers en tientallen torpedoboten en onderzeeërs zien liggen, terwijl er nog wel plaats voor 20 x zo veel schepen was. Als alle grote schepen van de Pacific Fleet er komen tanken, dan komen ze daar. Alle kleinere schepen zoals torpedoboten en onderzeeérs enz. liggen in San Diego, een marinehaven een 170 km. naar het zuiden. Hier in San Pedro komt scheepvaart van alle delen van de wereld en een zeker gedeelte van het stadje is dan ook wat je noemt ‘tough’ of te wel rauw. Ik zal nooit vergeten een rechtszitting van de politierechter, die ik daar eens heb mee- gemaakt. Ik kreeg `s morgens op de dag van vertrek een telefoontje van de politie, dat één van de leden van mijn Laskaarse bemanning, de topas, was ingerekend en om 11 uur voor de politierechter moest verschijnen. Kwam ik hem niet halen en zijn boete betalen, dan ging hij de nor in, zou het schip achterzeilen, de Mij. op kosten jagen voor zijn onderhoud en deportatie en wij hadden geen topas. Nu is de topas bij de Laskaren het allerlaagste baantje aan boord, een kasteloze Hindoe, die alle vuile werkjes moet verrichten: de wc's van de bemanning schoon houden en verder de hele dag niets anders doet dan vegen en vuil opruimen. U moet niet geloven, dat U daar een andere Laskaar voor kunt laten invallen. Het zou voor hen even erg zijn als wanneer je een gelovige Mohammedaan iedere dag spek liet eten. Zo is de topas eigenlijk een heel gewichtig persoon. Ik moest het schip toch bij de douane uitklaren in de voormiddag en zo waren mijn vrouw en ik om 10 uur in het politie-bureau waar de politierechter zitting hield. Daar zat in een afgesloten ruimte een stelletje schuim der mensheid, zoals ik nog nooit bij elkaar had gezien, de arrestaties van één nacht. De meesten Amerikaanse bootswerkers en zeelui, verscheidenen met verbonden hoofd en dichtgeslagen ogen. Een vunzig zootje. Nu staan de Amerikaanse bootwerker en zeeman op een zeer laag peil en beide beroepen met hun Unions en ‘closed shops’ - dit is dat niemand dit beroep mag uitoefenen of hij moet lid van deze Union zijn - controleren de handel en de scheepvaart gewoonweg. Hun verdiensten zijn buiten alle verhoudingen hoog en het grootste gedeelte ervan verdwijnt in de laadjes der barhouders, de goede niet te na gesproken. Of er nog goede zijn betwijfel ik zeer, want de goede elementen worden automatisch uit de Union weggepest.

Nu zou U denken, dat om zo'n ‘tough’ zootje te berechten, men zeker ook een rechter moet hebben die z'n mannetje staat. Maar neen, de rechter was een dame. Maar zij stond haar mannetje. Ze kregen allemaal ongenadig de wind van voren en stereotype was de uitspraak naar gelang het een eerste feit of een recidive was: "thirty days" of "sixty days". Een politieagent vertelde me, dat ze als de dood voor haar waren. Eén van die schooiers met een geheel dichtgeslagen oog, vroeg ze: "Ben je getrouwd"? "Yes, Mrs. judge". "Zo, dan hoop ik, als je uit de lik komt, je vrouw je niet één maar allebei je ogen dichtslaat. Sixty days".

De jonge boosdoener, de topas, die wanordelijk dronken was geweest, kreeg er ook van langs en een heel sermoen waar hij geen woord van verstond, behalve de laatste vraag: "Is your captain here?" Zijn gezicht klaarde op, dat snapte hij en hij antwoordde verheugd "Adja memsab." En meteen kreeg hij een flair over zijn oren, dat hij duizelde en een "By and by, the captain gives you plenty. $10 fine!" Ik betaalde ze en konden we onze topas weer meenemen. Het speet ons, dat we geen tijd meer hadden, want we hadden de voorstelling graag verder meegemaakt.

Toen we de haven binnen voeren zagen we achter de grote gebouwen en de skyscrapers van Long Beach nog een hoge heuvel, die de indruk geeft of die overdekt is met een dennenbos, waar een bosbrand door heeft gewoed. Dat is Signal Hill. En als we een kijker nemen zien we, dat het geen verbrande dennenbomen zijn, die daar staan. maar boortorens, en wel mannetje aan mannetje. We staan hier in het land van de olie. In de omstreken van San Pedro en Long Beach staan tienduizenden van die boortorens pal op elkaar, meest niet meer dan 30 m van elkaar verwijderd. Miljoenen tonnen (olie) komen hier jaarlijks uit de grond. Als je van San Pedro met de lokaal naar Long Beach gaat, dan passeer je er duizenden en daar ze allen des avonds een rode lamp in top hebben, is het een feeëriek gezicht al die duizenden rode lampjes hoog in de lucht, zover je maar zien kan.

Long Beach is een grote badplaats, waar vooral veel oudere mensen zoals gepensioneerden gevestigd zijn. Het klimaat is heerlijk en de soms erg warme Zuid-Californische zomer wordt hier door de zeebries getemperd. Het stadje doet dan ook alles om het haar inwoners en bezoekers naar de zin te maken. Zo staat aan de Boulevard een groot concertgebouw, waar 2 x per dag een grote filharmonische kapel een concert geeft, gespeeld door eerste klas musici en geleid door een bekende dirigent, (en dat) alles vrij voor het publiek. Op verscheidene plaatsen aan haar boulevards en in de prachtige parken staan aardige huisjes met gezellige zitjes en voorzien van alle mogelijke gezelschapsspelen: kaarten, schaakspel, tric-trac, domino enz. Ga er maar in zitten met Uw clubje en doe een spelletje. "You are quite wellcome"! Op de gazons staan hier en daar de bogen voor het crocket-spel: vraag maar aan de eerste de beste parkknecht ballen en hamers en U kunt er een spelletje doen. Het schijnt er allemaal te kunnen, zonder dat er gegapt wordt, of er misbruik van wordt gemaakt. De doorsnee Amerikaan heeft een groter ontwikkeld sociaal gevoel dan menige andere natie. Hoe zou het b.v. mogelijk zijn, dat U Uw correspondentie, als b.v. een brievenbus vol is (ter verzending), er bovenop kunt leggen zonder dat ze gestolen wordt. Ik heb dikwijls hele stapels poststukken gefrankeerd en wel boven op een bus zien liggen. Duur is Long Beach ook niet, mijn vrouw woonde in één van de beste apartment-hotels voor 40 a 45 dollar per maand en had daarvoor een zitkamer, een slaapkamer, kitchenette, alles gemeubileerd. Je kunt daarin je hele huishoudentje doen en je hebt toch de gemakken van een hotel, zoals leeszaal, conversatiezaal en restaurant als je er gebruik van wilt maken. Alle extra service moet je echter betalen, maar je hebt het altijd bij de hand.

De kuststreek bezuiden Long Beach biedt ook een heerlijk natuurschoon, onafgebroken tot San Diego. Tientallen badplaatsjes liggen er, de één al lieflijker dan de andere. Zo maakten we eens een tochtje naar Laguna-Beach en stapten daar af bij een restaurant op een rots aan een stuk vlak wit strand. Het restaurant lag in een rotstuin, zo mooi, dat je het gevoel had in een groot boeket van de kleurrijkste bloemen te zitten De tafeltjes van het restaurant hadden een blad van spiegelglas en daarop kristallen schalen opgevuld met bloemen, zodat overal waar je heen keek, zowel op je bord als om je heen, bloemen, overal bloemen zag. Het dineetje, mijne heren, ik moet er zelfs niet aan denken anders loopt mij het water in mijn mond en kan ik niet doorgaan. Verder kwamen we tot de ontdekking, dat de manager een Hollander was, die jaren geleden op de H.A.L. had gevaren als hofmeester en in New York getippeld was. Toen hij hoorde, dat wij Hollanders waren en ik kapitein, was de boot aan en was het beste niet goed genoeg. We hadden moeite om weg te komen.

Ja, Long Beach is een lief plaatsje maar het heeft in haar reputatie een knak gekregen door de hevige aardbeving die het een jaar of zes geleden heeft gehad, waarbij veel ongelukken zijn gebeurd. De hele streek rond los Angeles laboreert er aan. Ik heb er zelf nooit één meegemaakt, maar kan me voorstellen, dat het een angstig idee is met die hoge huizen van 20 à 30 verdiepingen om je heen. Mijn vrouw vertelde, dat ze op een nacht wakker werd door een raar zwiepend gevoel als of ze op een schip was. De lamp slingerde hevig heen en weer en toen ze naar buiten keek, zag ze twee andere ‘skyscrapers’ heen en weer zwaaien. Of ze aan het goeden dag knikken waren. Nu, als je zelf op de 15e verdieping zit, kan ik me voorstellen, dat je je niet erg senang voelt. Toch zijn die hoge gebouwen het veiligst en tegen aardbevingen gebouwd. Alle ongelukken die gebeurd zijn, zijn door lage gebouwen veroorzaakt. De hoge skyscrapers hadden allen maar hier en daar een scheur in het metselwerk, ze zwiepen mee door hun ijzeren constructiewerk-geraamte.

Van de havens naar het centrum van Los Angeles is ongeveer 60 mijl, je doet er met de trein 3 kwartier over. Los Angeles is een enorm uitgebreide stad, waar het welbekende en veel over gefantaseerde Hollywood, een stadsdeel dat zich door niets van de andere wijken onderscheid, dan dat er de studio's van diverse filmmaatschappijen staan. De eigenlijke filmsterren wonen in Beverley Hills, een rijk villa-gedeelte, dat tegen de heuvels in het noord-oostelijke deel van de stad ligt. Daar staan inderdaad de prachtigste paleizen in heerlijke tuinen van de managers en de directeuren der filmondernemingen en van enige sterren. De rest van het personeel dat bij de film werkt, zijn hard werkende, gewoon betaalde en voor het grootste deel gedesillusioneerde mensen, zelfs een groot gedeelte niet in vaste dienst, en die met moeite de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Het is opmerkelijk hoeveel mooie vrouwen men in de restaurants, cafetaria's, hotels als bedienend personeel ziet. Ongetwijfeld zijn zij door het aureool van weelde en van een schitterende toekomst, dat door de reclame en onzinnige verhalen rond het onzinnige Hollywood straalt, daar heen gelokt. Ze zijn blij, dat ze door een baantje in een restaurant in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Hollywood zelf is een breed stadsgedeelte waarvan vele van de boulevards met mimosa-bomen zijn omzoomd, wat vooral in de bloeitijd een prachtig effect geeft met die gele trossen tussen het fijne donker groene loof.

Ik heb er met mijn vrouw eens een week gelogeerd in het grootste, modernste en duurste hotel van Los Angeles: Hotel Senator. Het was een interessant experiment om het hotelleven in een chic hotel in Amerika eens mee te maken. De duurte viel me toch mee: betaalde voor een prachtig chique suite slechts $ 5.50 per dag, hoewel, dat moet ik er bij zeggen, dat slechts halve prijs was, een American prijs, dat is zonder maaltijden. Men onderscheidt in Amerika in hotels American Plan en Europe Plan, het laatste is: met maaltijden. Haast ieder neemt kamers zonder maaltijden, dat is veel praktischer: je bent geheel vrij. Hoeft niet op tijd terug te zijn en je kan gaan eten zo eenvoudig of zo weelderig als je zelf wilt. De kamers in zo'n hotel zijn van alle gemakken voorzien, die je je maar kunt denken: voor wie telefoon naast z'n bed, radio, fans, een bureau met schrijfmachine, een hoekje en een badkamer zo luxueus, dat je er haast voor je plezier de hele dag in je bad zou willen liggen (wil hebben). De service is uitstekend en à la minute. Je bestelt alles per telefoon, maar je betaalt alles extra en je vindt het op je hotel-bill. Je kunt het je zo gek niet bedenken, of het wordt voor je gedaan, of voor je op je kamer bezorgd. Of het nu je pak oppersen is of een boordenknoopje (wilt aanzetten laten), of dat je iemand in een uithoek der wereld aan de telefoon wilt hebben, het wordt voor je gefixt, maar je betaalt alles extra. De diverse zalen en halls zijn een weelde als in een paleis, met de meest chique meubilering die je je maar denken kan, toch gezellig. Of je er in evening-dress of in een gewoon colbertje zit is samadjoeka. De beroemde eet- en meteen cabaretzaal, de z.g. Coconut-Grove (wij zouden het een klappertuin noemen), viel me erg tegen. Je zat er onder wuivende merendeels nagemaakte palmen, met poëtisch maar nagemaakt maanlicht en had (er) een doorlopende floor-show (cabaret). Je kreeg een beetje de indruk van een deftige tingel-tangel, het was (bovendien) een dure tingel-tangel. Maar de toiletten van de diverse sterren en sterretjes van de filmwereld waren schitterend, en mijn vrouw zat er van te genieten en ik moest dure champagne drinken, niet eens goede, terwijl ik zat te hunkeren naar een glaasje bier. Ook het eten was matig, overdreven luxueus opgediend: een doodgewoon dineetje a $3. Voor een derde van de prijs wist ik wasar het beter te krijgen was. Maar je hebt in dat hotel ook een cafetaria, waar je voor gewone prijzen van `s morgens vijf tot `s nachts drie alles, maar dan ook alles kon krijgen... Daar is een hele rij winkels in de kolossale ingang van het hotel, een stadje op zich zelf. Iedere etage heeft haar kamers genummerd in de duizenden. Dus eerste etage tot 1999, de tweede van 2000 tot 2999 enz. Twaalf verdiepingen heeft het, maar ik geloof niet, dat elke verdieping aan zijn volle 1000 kamers toe kwam. Maar hoe het ook zij, het is een grote weelderige bijenkorf, waarin het toch gezellig is. De hotelgronden zijn uitgestrekt en prachtig van aanleg, eigen golfcourses, tennisbanen en een groot openlucht zwembad met een zonnebad. Ja heren, je kunt er beter zitten dan in de Benteng, het kamp hier.

De omstreken van Los Angeles zijn ook zo mooi. De vlakke gedeelten met hun mijlen en mijlen lange boomgaarden, waarvan de sinaasappelboomgaarden met hun donkergroen loof (en de oranje appels er tussen) waar mee de bomen overdekt zijn, terwijl hier en daar de donkere oranje sinaasappels nog tussen de witte bloesems hangen en met de diep groene bladeren een pracht van een kleurschakering geven. Je koopt er dan in de oogsttijd emmers vol van die heerlijke "Sunkist" voor een dime, 10 dollarcent, voor ons dus 18 cent. Dan is er het plaatsje Passadena met zijn technische hogeschool. Hier wordt de grootste telescoopspiegel ter wereld geslepen met een diameter van 200 inches, dus 6 meter. Dubbel zo groot als de grootste nu. Die is op Mount Wilson, een half uurtje rijden van Passadena verwijderd. Voor het slijpen van die spiegel is een speciaal gebouw gezet, dat steeds op de zelfde temperatuur, de zelfde vochtigheid en de zelfde luchtdruk wordt gehouden. Het slijpen duurt 3 jaar en moet nu gereed zijn. De nieuwe sterrenkijker wordt geplaatst te Palomar op een berg tussen Los Angeles en Diego in. Ik heb op Mount Wilson door de nu nog grootste kijker ter wereld gekeken, de Hooker-telescoop met een lens van 100 voet1 doorsnede, een machtig instrument in een grote machinaal draaibare koepel. Iedere week is er 's avonds een lezing voor publiek en kan men door de telescoop naar één of ander hemellichaam kijken. De keer dat ik er was, stond hij op Saturnus en zijn ring gericht en die zag je voor je op een spiegel, zo groot als op een plaat in een boek. De telescoop ziet 200 miljoen lichtjaren terug in het heelal, laat staan hoe ver met de nieuwe dubbel zo sterke telescoop kan worden weg gekeken, en wat voor nieuwe wonderen over de structuur van het licht die zal ontsluieren.

Mount Wilson is zelf ook deel van een interessant woest landschap, waar vanaf je een vogelvlucht-panorama van Los Angeles en omstreken krijgt te zien dat magnifiek is. Vooral `s avonds, als alle lichten op zijn, dan zie je een zee van miljoenen en miljoenen twinkelende lichtjes, zo ver als je zien kan, dat afgesloten wordt door de stikdonkere oceaan. Ze zouden Los Angeles wel gevoeglijk de "Ville Lumière" van West-Amerika kunnen noemen.

Nog een belangrijk deel van Greater Los Angeles zijn de rij luxueuze badplaatsen, die zich links van San Pedro Hill naar het Noorden uitstrekken nl Venice, Santa Barbara, Santa Monica. Vooral de twee laatsten zijn zeer luxueus met mooie villa's van velen, die in Beverley Hills hun paleizen hebben en nog een paleisje aan de zeekust. In Venice zag ik nog een eigenaardigheid: er staan diverse boortorens in zee. Maar mijne heren, genoeg over Los Angeles, we moeten verder en varen vanavond nog. Wij zijn al in Venice, en een 40 minuten met onze (fictieve) car brengt ons over de mooie Highway op de hoogte van San Pedro Hill, met steeds het uitzicht op de Pacific weer terug naar San Pedro.

Van Los Angeles naar San Francisco is het 350 mijl en doen we er dus ruim 24 uur over, een sight-seeing tour als het helder weer is tenminste. Dat is het echter lang niet altijd en het geval, het gebeurt meer malen, dat het breekwater van Los Angeles het laatste stukje land is, dat je ziet en de ..... Ingang het volgende. Maar is het helder weer en kruip je dicht onder de wal, dan is het kustgebergte de moeite waard om te aanschouwen: afwisselend woest en dan weer met bossen bedekt of met bergweiden. Veel plaatsjes zie je niet en slechts hier en daar een farm. Zo wat halverwege zien we op een bergtop een reusachtig kasteel staan, dat uit de verte veel weg heeft van het kasteel Senstra (?), dat velen zich misschien nog kunnen herinneren gezien te hebben, bij het binnenkomen van Lissabon. Dit kasteel is van de krantenkoning Hearst, de eigenaar van bijna de helft van de grote bladen in de VS.

De Monterey Bay met het plaatsje Monterey is een andere bezienswaardigheid. Het was de eerste Spaanse nederzetting van Californië door de eerste conquistadores, die van uit Mexico kwamen, gesticht. Nu een visserij-plaats met grote conserven fabrieken. Als U weer eens een blikje Californische sardines z.g. pilchards in handen krijgt, moet U maar eens opletten er staat haast zeker op "canned" (ingemaakt) te Monterey of te San Pedro.

San Francisco zullen we deze keer maar overslaan, ik heb U er reeds een paar keer wat over verteld en hoewel er nog heel wat over te vertellen valt, zullen we nu eens de noordelijke plaatsen bezien. We lopen het eerst Portland aan in de State of Oregon, een grote stad, 100 mijl, dat is 180 km van de mond van de Columbia River gelegen. Van San Francisco naar Portland is een hele reis ongeveer 1250 mijlen, waarover we dan ook 4 dagen doen en slechts hier en daar aan de kapen de wal zien. De mond van de Columbia-rivier ziet er altijd vrij troosteloos uit, aan één kant een onherbergzaam vlak gedeelte met dennen, aan de andere kant barre rotsen terwijl overal rond om ons de branding op ondiepe banken kookt. Vooral met slecht weer is het daar uitkijken geblazen en staat er op de ‘bar’1 een gemene grondzee met soms een huizenhoge deining. Ben je echter binnen, dan verandert het toneel heel spoedig en vaar je weldra tussen hoge heuvels overdekt met dennenwouden. Het is hier het begin van het echte houtland, dat door de staat Washington, en in Canada door British Columbia en verder in Alaska zich tot bijna de poolcirkel toe uitstrekt. Aan de rivier zie je dan ook verscheidene grote houtzagerijen en reusachtige houtvlotten, die de rivier komen afzakken. Er wordt van Portland en de andere plaatsjes aan de rivier dan ook heel veel ‘lumber’ en ‘timber’ (gekapte of gezaagde bomen) uitgevoerd. Andere stapel-uitvoerproducten zijn meel, papier, appels en zalm. Aan zalm is de rivier zeer rijk en duizenden mensen verdienen hun brood in de zalmvisserij, die echter tegenwoordig onder strenge controle staat en beschermd wordt om het uitroeien van de vis te voorkomen. Alleen op zekere tijden van het jaar mag er op gevist worden. Nooit van des middags 12 uur op zaterdag tot middernacht zondag. De zalm heeft dus altijd een weekend.

Vroeger was de zalm zo overvloedig, dat ze heel gemakkelijk met een zalmwiel kon worden gevangen. Dat was een groot scheprad op een piertje in het water gebouwd, dat door de stroom steeds bleef draaien en uit het water ook de zalmen opschepte, die als ze boven kwamen in een bak werden geslingerd. Niemand had er naar om te kijken en alleen maar de zalm uit de bak te halen. Het is echter verboden, omdat het veel vissen beschadigde en die niet in de bak terecht kwamen, waren zo geblesseerd, dat ze toch dood gingen. Toen de grote Coolidge Dam in de rivier gebouwd zou worden, een 80 mijl boven Portland, stond men voor een moeilijk vraagstuk. De zalm is n.l. een zeevis die alleen de rivier op komt om kuit te schieten en die de geaardheid heeft voor dat doel teug te keen naar de plaats waar zij geboren is... Heeft mama-zalm haar plicht volbracht, dan strijkt ze het vaantje en gaat naar de zalmen-hemel. Want daar komen zalmen allemaal, omdat het zulke brave beestjes zijn. De jonge zalm blijft nog een beetje in het zoete water rond zwemmen, tot deze groot genoeg is om de weg naar zee in te slaan en vervolgt zo de kringloop van het zalmenbestaan. Werd dus de weg naar de zalmbroedplaats door een dam afgesloten, dan zouden de zalmen in de Columbia-rivier uitsterven. Men heeft er echter dit op gevonden: naast de dam werd een zalmtrap gebouwd en nu springen de zalmen van de ene op de andere trede in het water, dat er als een waterval van af stroomt. Het is een machtig gezicht, die grote zilveren vissen in het zonlicht die sprongen te zien maken.

Het eerste plaatsje dat we passeren is Astoria, een klein stadje, dat voornamelijk bestaat van de visserij en van een grote meelfabriek, waar wij dikwijls duizenden tonnen meel in die mooie linnen 50 lbs. zakjes laadden. De bevolking bestaat grotendeels uit Noren, Zweden en Finnen en hun afstammelingen. Men vindt trouwens in noord-westelijk Amerika, Canada en Alaska heel veel Scandinaviërs. Geen wonder, daar het land met zijn bergen met dennenbossen en veel water heel veel overeenkomst met de Scandinavische rijken moet hebben, (zodat) vissers, houthakkers en bergboeren zich hier thuis moeten voelen. Verder varen we uren en uren langs dichtgegroeide oevers, met hier en daar bont geschilderde houten huisjes, die er uit zien als of ze zo weggelopen zijn uit een reisgids voor Noorwegen. De oevers zijn zo schilderachtig omdat de pijnbomen (?) dennenbomen) en ceders hier vermengd zijn met loofbomen. Als de herfst de bladeren van beuken en eiken in tintelende kleuren heeft geverfd, dan maakt die kleurenpracht een schitterend effect tussen het weelderige donkere groen der (dennen?) naaldbomen. Komen we aan een gedeelte van de rivier waar de oevers laag zijn, dan zien we ver weg aan de rechterzijde een hoge met sneeuw bedekte berg: Mount Jefferson, 3100 m hoog en aan de linker zijde op een respectabele afstand Mt. Hood, 3400 m hoog. Naar de laatste heb ik van uit Portland eens een tochtje gemaakt per autobus. De bus bracht ons naar een mooi hotel, Timber-line Lodge, of te wel "Hotel aan het eind ven de boomgrens". Dit keurig ingericht hotel was geheel gebouwd van dennenstammen. Overal hing de heerlijke harsige geur van dat hout. De wanden der kamers waren ook van gladgeschaafd dennenhout zonder een kwastje verf of vernis. Overal brandden gezellige open vuren van dit hout. Het hotel stond inderdaad op de grens waar de dennenbomen hun strijd naar hogere regionen opgeven. Van uit de voorkant keek je uit op onmetelijke dennenbossen en aan de achterkant naar de kale helling die naar de top van de Mt. Hood leidt, waarop een 200 m verder al de dikke sneeuwlaag begint die de hele kruin bedekt. Het is daar ideaal om te skiën, wat men er ook van af heel in het begin van de herfst tot laat in de lente kan doen. Een kabelbaan brengt je van het hotel nog een 500 m hoger op zodat we dan nog slechts een 200 m van de hoogste top af zijn. Voor wie last heeft van hoogtevrees zou ik dat tochtje in de kabelbaan niet aanbevelen. Een staaldraad zonder eind loopt enige kilometers naar boven en daaraan hangen op regelmatige afstanden stoeltjes, waar je in gaat zitten en waaraan je je met een lederen band kunt vastsnoeren. Dan ga je een tocht beginnen over peilloze diepten en afgronden. Je voelt je net als een vogel die in de lucht zweeft. Je hebt meteen een vogelvlucht-gezicht over het bergland en verder weg over het laagland, dat beslist uit een vliegmachine niet zo mooi kan zijn, want er is niets dat je uitzicht belemmerd. Het gaat met een heel kalm vaartje, je hebt een kwartier tijd om te genieten. Een 20 m van je af ontmoet je de terugkerende zweefvliegers. Het is typisch om elkaar als vogels in zweefvlucht te passeren. Zelfs de grootste nurks kan niet nalaten om zijn collega vogel een vriendelijk goeden dag toe te wensen. Kom je aan het eindpunt, dan moet je er als de bliksem uitspringen, want anders ga je weer naar beneden. Op het eindpunt is een berghut, waar men verversingen kan gebruiken en waar je in de hall rond een groot open vuur door de ramen het heerlijke sneeuwtafereel om je heen kunt aanschouwen en waar vandaan de skiërs moeizaam hun tocht naar de top of bliksemsnel (berg)-afwaarts naar het hotel beginnen. In het hotel, rond een gezellig knappend houtvuur is het echt heerlijk (gezellig?) en levendig door de teruggekomen skiërs, die allen met rode, tintelende wangen een mengeling van gezonde opgewonden vrolijkheid rond zich verspreiden.

De tocht terug van het hotel naar Portland door de mooie dennenwouden en later door de beuken- en eikenbossen waar het overal vol stond met met velden rododendrons was ook de moeite waard. Twee maal werd gestopt bij een gezellige ‘road inn’ (we zouden het kunnen vertalen met: een herberg aan de weg) waarvan de wanden behangen waren met alle mogelijke jachttrofeeën, want er moet in die omstreken nog heel veel wild zitten. Mount Hood en Mount Jefferson zijn beide tot natuurmonumenten verklaard, waar men nu een dure jachtakte moet hebben om te mogen jagen, wat gedaan is om het uitsterven van het grootwild zoals beren, elanden, mossusosse (?) en elk tegen te gaan.

Als we van zee uit de rivier opvaren, varen we ongeveer 12 mijl van de monding onder een brug door, die heel hoog boven ons de beide oevers der rivier verbindt. De rivier stroomt hier tussen hoge heuvels als het ware in een ‘canyon’ en die brug is nog veel hoger dan G.G. (Golden Gate) of Oakland Bridge. Daar overheen loopt de Coastal Highway Nr. 101, die ik in mijn lezing over San Francisco al enige malen heb aangehaald. In Portland zelf, vlak bij de werf waar we meren, zijn ook twee grote bruggen, die de twee delen van de stad aan de linker- en rechteroever met elkaar verbinden en de viaducten die de ‘traffic’ er naar toe leiden lijken wel een labyrint waar op alle wagens kunnen voortrollen als op een highway buiten de stad. Aan de rechteroever van de rivier onder die viaducten bevindt zich het station met de enorme rangeerterreinen. Ik bekeek altijd graag vanaf die viaducten het rangeren van de honderden wagons uit alle mogelijke staten van Amerika en het samenstellen van de treinen.

De stad zelf heeft niet veel bijzonders en is als elke Amerikaanse stad van middel(bare) grootte. De staat Oregon en de eveneens in het Noorden aangrenzende staat Washington zijn gedeeltelijk drooggelegd, d.w.z. sterke dranken zijn niet ongelimiteerd verkrijgbaar. In de cafés en restaurants mag geen sterke drank verkocht worden, wel bier en wijn. In de staat Washington kun je zelfs niet een fles kopen, of je moet een op je eigen naam gestelde registratiekaart voor sterke drank hebben, die ieder jaar weer op nieuw moet worden aangevraagd. Deze maatregel schijnt goed te voldoen. Ze is in ieder geval veel beter dan de algehele drooglegging, die in Amerika 15 jaar lang het moreel der Amerikanen heeft neergehaald en de opgroeiende jeugd heeft bedorven. De drooglegging is een drama geweest dat de cultuur in de V.S. meer heeft achteruit gezet dan de invloed van de hele vorige (de eerst) wereldoorlog.

Waar ik in Portland ook altijd graag naar toe ging was de Market, een enorm groot en lang gebouw aan de ‘Riverside’. Daar kun je letterlijk alles wat etenswaar aangaat kopen. Alle levensmiddelen zien er alle even fris en appetijtelijk uit. De controle op etenswaren is in de V.S. dan ook zeer streng. Hoewel het een land is waar veel gezwendeld wordt, komt dit bij de voedingsproducten praktisch niet voor en worden de strenge voorschriften en wetten er streng gecontroleerd. Vooral de groenten en fruitafdeling ziet er zo kleurrijk en smakelijk uit, dat je zo rauwkost eter zou willen zijn en zou willen beginnen te grazen.

De parken, die meestal buiten het centrum van Portland zijn gelegen, want Portland is voor Amerika een tamelijk oude stad, zijn keurig en met de tram gemakkelijk te bereiken. Er is één (park), het rosarium genoemd, dat in de bloeitijd der rozen een weelde van bloemen te zien en te ruiken geeft, en wel met een keur van variëteiten, dat dit welhaast enig ter wereld is. Overal in de parken staan rustieke banken en wat verder van de stad af in de honderden plaatsen waar natuurschoon te vinden is in de mooie met bos bedekte bergen zijn kookgelegenheden en is er waterleiding aangelegd om bij pick-nick parties zijn potje te koken. De Amerikaan is een groot natuurliefhebber en men ziet zaterdag `s middags, soms Vrijdagavond al, op de highways hele files van allerlei soorten cars volgepropt met kampeerders, die het week-end in de vrije natuur in auto-camps gaan doorbrengen. `s Zondag `s avonds zijn de highways weer zwart van de terugkerende weekenders. De auto-camps zijn een reuze gemak. Men vindt ze praktisch overal en ze zijn keurig ingericht, hoewel er natuurlijk een groot verschil is in de gemakken. Er zijn er zelfs (enige) zeer luxueus ingericht. De standaardprijs is $1 per nacht en per persoon. Twee personen $1.75. Drie personen $2.25 enz. Hiervoor krijgt men in gebruik een volledig gemeubileerd huisje, met een grote slaapkamer en een keuken die men ook als eetkamer kan gebruiken, met elektrische kookgelegenheid, en natuurlijk een badkamer met gemakken (toiletten). Men koopt op zijn tocht (onderweg) zijn levensmiddelen in, of men kan ze kopen in de ‘grocery=store’ van de kampbeheerder. Daar verder alle utensiliën aanwezig zijn, zoals potten, pannen, borden, en bestek, kan men in een uur al zijn eigen potje gekookt hebben. Men is verplicht zijn huisje schoon en opgeruimd met afgehaalde bedden te verlaten. Wil men geen last van vaatwassen enz. hebben, dan betaalt men voor de eerste persoon $0.50 en voor elke andere persoon $0.25 extra bij vertrek.

Ook de auto met trailer is een zeer bekend verschijnsel op de Amerikaanse highways, en (zijn gebruik) heeft de laatste jaren zo'n vlucht genomen, dat er tegenwoordig duizenden zijn, die geen vaste woonplaats hebben, doch net zo als een slak hun huisje met zich meeslepen. Velen er van zou men "followers of the sun" kunnen noemen, want ze volgen inderdaad de zon Ze beginnen `s zomers in het noorden en naarmate het jaargetijde vordert, zakt men naar het zuiden. Men ziet er pracht dingen onder met drie kamers, keukentje en badkamer en zelfs een ‘porch ’ of achterbalkon. Er zijn zoveel van deze trailers gekomen, dat bijna alle plaatsen een parkeerverbod voor trailers hebben uitgevaardigd en vaste trailer-camps in de nabijheid van de stad hebben ingericht. De trailers worden daar naar een vast plan a.h.w. in straten opgesteld. Het hele camp is van elektrische verlichting, waterleiding en sanitaire uitrusting voorzien. Is men buiten een zekere radius van de steden en dorpen, dan kan men zijn trailer neerzetten waar men wil, vooropgezet natuurlijk, dat het geen particuliere grond is, waarvoor men aan de eigenaar toestemming moet vragen.

De lading die we in Portland innamen was altijd merendeels ‘flour’ voor de Filippijnen, alles in die mooie 50 lbs zakjes, veel papier zoals pakpapier in zware zakken, en grote 750 kg wegende rollen papier voor de kranten en ook grote hoeveelheden hout. Lossen in Portland deden we voornamelijk balen goennies uit Calcutta waarmee we in sommige jaargetijden 3/4 van het schip hadden afgeladen. Deze balen zijn knapen van bijna een manshoogte met een gewicht van 1000 kg. U kunt dus begrijpen wat een lap zakkengoed in zo'n baal zit. Onze ligtijd was er meestal twee dagen en zakten we de rivier af om in een plaatsje, Astoria, 5 mijl van de monding van de Columbia, weer honderden tonnen meel te laden. Astoria is een lief plaatsje mooi gelegen op het vlakke rivierstrand en daar achter oprijzend de hoge heuvels geheel bedekt met dennenbos, tenminste waar de bosbranden er geen grote hiaten in geslagen hebben. Ik ben eens de Columbia-rivier opgevaren terwijl er een grote bosbrand woedde. Ik geef U de verzekering, dat het een angstig doch groots gezicht is. Mijlenver stonden de heuvelruggen in vuurgloed. De rook was verstikkend en men hoorde het loeien van de vlammen. Later leveren die verbrande plekken van mijlen diepte en lengte een troosteloze aanblik. Men heeft het gevoel, dat men langs een kerkhof der natuur vaart. De laatste jaren zijn er echter in alle bossen van Amerika uitgebreide maatregelen tegen deze verwoestingen van kapitaal en natuurschoon genomen. Duizenden leden van de "Forest Fire-Brigade" uitgerust met de modernste bestrijdings- en transportmiddelen waken er tegen.

Na de loods buiten de ‘bar’2 afgezet te hebben, stomen we een 100 mijl langs de kust waar de brede zeearm ver het land binnen dringt: de Strait of Juan de Fuca. De grote ontdekkingsreiziger Cook dacht hier een doorvaart van de Westkust van Amerika naar de Oostkust ontdekt te hebben en door hier te varen weer aan de oostkust uit te komen. Zijn hoop werd echter de bodem ingeslagen, want na 150 mijl liepen alle armen weer dood op het land.

De Strait of Juan de Fuca, is de grens tussen de VS en Canada. Een 100 mijl om de Oost splitst zij zich in twee armen, waarvan één met diverse zijtakken bijna recht Zuid loopt en de Pudget Sound heet. De noordelijke zijde van de St. of Juan de Fuca vormt de kust van Vancouver Island, waar echter de plaats (stad) Vancouver niet ligt. De hoofdplaats van Vancouver Island is Victoria. De Pudget Sound is een echt waterland met honderden eilandjes, alle dicht begroeid met, meestal met pine- en cederbomen. Het is een prachtland, maar in de wintermaanden met zeer veel mist en dan is het geen onverdeeld genoegen in de nauwte te navigeren. Tegenwoordig is het alweer zeer vergemakkelijkt door de radio-bakens. Die werken als volgt: Ze geven ten eerste een gewoon mistsignaal zoals alle vuurtorens en lichtschepen op mistige dagen aan welks karakter men kan onderkennen met welke vuurtoren men te maken heeft. Bovendien geven zij gelijktijdig met het geluidssignaal een radiosein, dat door de marconist wordt opgevangen. Hoort de marconist dit radiosein, dan drukt hij op een belletje naar de brug. Zodra we dit horen, beginnen we te tellen. Als we het geluidssignaal dan gehoord hebben, vermenigvuldigen we het aantal verlopen seconden tussen het radiosignaal en het door ons gehoorde geluid met 333 en dan weten we het aantal meters dat we nog van het vuur af zijn: simple comme bonjour.

In de Pudget Sound zijn verscheidene grote steden, Seattle, de grootste, Tacoma en op het einde van de ongeveer 100 mijlen diepe Pudget Sound Olympia. De eerste twee zijn zeer grote drukke havens waar vandaan zeer veel meel en hout verscheept wordt. De omstreken zijn zeer mooi en zoals het hele kustgedeelte een echt waterdistrict met duizenden eilanden en eilandjes.

Tacoma heeft een nieuwe attractie n.l. haar neergestorte brug. Over een van de waterarmen was een grote hangbrug gebouwd, welke met grote festiviteiten in '38 geopend werd, welke een getrouwe kopie was van de G.G. Bridge in San Francisco, hoewel de helft kleiner. Helaas waren er in de berekeningen enige fouten gemaakt. De grootste fout was, dat de relingen van het wegdek niet bestonden uit open hekwerk maar met licht plaatwerk waterdicht waren gemaakt. Hierdoor was de windvang van de brug natuurlijk enorm toegenomen. Bij een stevige bries steigerde ze al zo hevig heen en weer, dat ze de bijnaam van "Cake-walk Bridge" kreeg. Bij storm uit een zekere richting nam de slingering zo toe, dat het verkeer er op gestopt moest worden. Op zekere dag, toen er een hevige storm woei uit het noord-westen kon het brugdek de slingering niet meer weerstaan en stortte het in het water. Het is een idioot gezicht die vier torens te zien, met hun zware kabels in de lucht bengelend, met hier en daar nog een stukje weg los (er) aan hangend. Ik weet niet of ze het (wegdek) weer opgebouwd hebben. Maar dat zal wel, nu zeker met een grotere veiligheidsfactor. Veel bijzonders is er van de havens van de Pudget Sound niet te vertellen. We lagen er altijd ook maar kort, meestal één dag. Typisch zijn de enorme houtvlotten, die we hier zeer veel tegen komen. Honderden meters lang en in de mist de pest voor de scheepvaart, want al geeft de sleepboot die trekt wel een apart mistsein, zodat je weet met welk varend object je te doen hebt, men is er nooit zeker van hoe lang zo'n vlot is en wanneer men er vrij van is...

Van Tacoma naar Vancouver is het ruim 200 mijl steeds door de Pudget Sound en de Vancouver Straat, een pracht tocht, steeds in het gezicht en onder de wal en overal prachtige dennenwouden en de honderden eilandjes begroeid met pine- en ceder. Voor we in Vancouver binnenlopen, doen we op Vancouver Island de rede van Victoria aan om daar het quarantaine onderzoek te ondergaan en ‘practice’ (gezondheidsverklaring) te verkrijgen.

Victoria is de hoofdstad van British Columbia. Hier bevindt zich dan ook het gouvernement voor die State. Het moet een heel mooi en kalm stadje zijn met een heerlijk klimaat. Veel gepensioneerden hebben daar hun verblijf gevestigd. Hebben we onze ‘practice’ verkregen en aan de ‘immigration’ voorschriften voldaan door al onze paspoorten te laten afstempelen en grote lijsten met alle mogelijke gegevens van een ieder te hebben ingeleverd, dan stomen we op naar de baai van Vancouver.

De ingang van de baai is zeer mooi en geeft dezelfde indruk als de baai van San Francisco aan de Golden Gate, maar in het klein. Aan de rechter zijde is het dichte bos tot National Park gedeclareerd, met mooie gazons en bloemperken aan de waterzijde. Daar het niet ver van de stad is, wordt het zeer veel door de stadsbewoners bezocht. De linkerzijde is zich aan het ontwikkelen tot een villa-park van Vancouver. Men is van plan hier, net als over de Golden Gate, een hangbrug te bouwen, die echter veel korter kan zijn daar de ingang, naar mijn schatting, maar de helft is van de breedte van de Golden Gate. Aan de linker kant ligt North Vancouver, een suburb van Vancouver, waar naar toe men praktisch alleen met de ferry-boat kan komen, want de baai rond rijden is een hele klus: zeker wel 25 mijl naar het oosten en daar North Vancouver bijna aan de ingang van de baai ligt, weer 25 mijl terug. De linker zijde van de baai is zeer heuvel- en bergachtig. Men ziet de hoge bergen, meestal met sneeuw bedekt, zich achter de heuvels verheffen. Krijgen we nu de stad zelf in zicht, dan valt ons dadelijk op dat hier niet zo veel ‘skyscrapers’ zijn.

De rest van de tekst is op een los, aan de bovenzijde rafelig, roze stukje papier geschreven, daardoor zijn er enkele woorden tekst weggevallen.

.... maar niet zulke hoge en geweldig grote. Trouwens Vancouver heeft een heel andere sfeer dan de Amerikaanse steden. Men voelt er dadelijk de heel sterke Engelse inslag. Het is een stad van middelbare grootte, kleiner dan Seattle en Portland. Er leeft een aanzienlijk vlottende bevolking. De duizenden ‘lumber-jacks’, dat zijn houthakkers, vlotters, die de grote houtvlotten de rivier afbrengen en de velen die op de ‘saw-mills’ werken, komen in Vancouver, als ze maanden lang in de bossen hebben gewerkt, hun geld opmaken en zich opnieuw verhuren. Het zijn allen robuuste, ruwe kerels, gehard door het weer en de wildernis. Als ze hun geld komen opmaken en in de stemming komen, knappe kinderen waar de politie haar handen vol aan heeft. In de restaurants en bars mag geen sterke drank verkocht worden, alleen bier, het welk dan bij ‘gallons’ verzwolgen wordt.

Verder is Vancouver de grootste uitvoerhaven van British Columbia. (De haven) exporteert vnl. graan, hout, vlees, appels en ‘canned salmon’. De accommodatie voor de schepen valt echter tegen, ze is bv. niet te vergelijken met de vele ‘wharfs’ van San Francisco of Los Angeles Harbour. We hadden hier onze eindhaven en begonnen van Vancouver af weer aan de thuisreis.

Noten

1
De Hooker Telecope heeft een diameter van 100 inch i.p.v. 100 voet. Terug
2
Zandbank of ondiepte in riviermonding. Terug