fer.stutterheim.nl

© 1942-1945 Erven D.F. Stutterheim

stutterheim.nl


Dit is de tekst van een lezing gehouden in de jaren 1942-1945 door D.F. Stutterheim voor mede-geïnterneerden in het kamp 4, te Tjimahi op Java, in het toenmalige Nederlands Indië. Hij beschrijft de situatie aan de Baai van San Francisco van een aantal jaren eerder. De schrijver heeft moeten putten uit zijn geheugen; daarom zijn (geografische) aanduidingen soms niet helemaal correct. Een ander aspect is dat zijn handschrift soms moeilijk leesbaar is. Voor zo ver achterhaald zijn de juiste geografische namen in voetnoten vermeld. Ook zijn een aantal links opgenomen naar achtergrondinformatie betreffende de genoemde locaties. /FWS.

Mijne Heren,

Heden avond wil ik u iets vertellen over San Francisco, de parel van Californië, ja van de hele Westkust van Amerika. Het is maar goed, dat er hier geen mannen uit Los Angelos aanwezig zijn, want anders zouden die zeer zeker protesteren. Er is een zeer grote rivaliteit tussen de inwoners van deze twee grootste steden van Californië.

Ik persoonlijk houd het bij San Francisco. Het kan zijn, dat ik San Francisco beter ken dan L.A., maar klimaat, omgeving en mensen heb ik er altijd veel aangenamer gevonden. Ik denk, dat het maar het beste is, dat ik u verzoek mij in uw verbeelding te volgen, als we na een onafgebroken traject van 6000 mijl van Manilla, op de Phippijnen, over de Pacific de ‘Golden Gate’ naderen.

De Golden Gate is de poëtische naam die de ontdekkers gegeven hebben aan de ingang van de grote wijde uitgestrekte baai van San Fancisco. Het eerste wat we van de Amerikaanse bodem ontdekken, is een groepje eilanden, de Farilloes1 genaamd. Ze zijn een 800 voet hoog en vrij klein van omvang, scherp gepiekt met zeer weinig plantengroei en zo ver ik weet onbewoond. Op het hoogste eiland staat een hoge lichttoren met een sterk licht, dat wel 50 mijl ver zichtbaar is, Het was altijd mijn gewoonte om een uur voor we verwachtten er wat van te zien de passagiers te waarschuwen en dan was het altijd grappig om te zien hoe, daar het meestentijds Amerikanen waren, een ieder zich beijverde om deze reis de Columbus te worden. Weldra zien we dan San Francisco's lichtschip zich helder rood zich boven de horizon verheffen en altijd in de nabijheid daarvan een smetteloos wit geschilderde schoener, met helder witte zeilen, die er uitziet als een prachtig subject. Is het een yacht? Neen, mijne heren, het is de loods-schoener van San Francisco Bay, de trots van alle loodsen van de Baai. Zodra ze ons ziet geeft ze een paar puffen en motort op ons af. Wij halen de vaart uit ons schip en als we gestopt liggen, motert ze achter ons langs, stoomt evenwijdig aan ons van achteren op en als ze dwars van onze midscheeps is, zien we haar een klein miniatuurbootje te water gooien, dat niet groter dan een flinke uitgerekte wastobbe is. Twee man pakken de tobbe op en gooien hem te water. Een roeier pompt daarna de loods, die het roer grijpt, met een paar slagen bij onze stormleer. Zo'n kleine sloep om te loodsen heb ik nog nooit ergens ter wereld gezien en u moet niet denken, dat ze die alleen bij mooi weer gebruiken. Neen, ik heb ze die tobbe inderdaad bij stormweer zien gebruiken.

De loods klimt langs de stomleer naar boven en komt weldra hijgend als een stoommachine op de brug, want het is een hele klim. Eerst de stormladder op en dan nog zo'n twintig meter trappen. Het zijn allemaal sympathieke en fijne kerels. Allen zijn jarenlang gezagvoerder geweest en je hebt dadelijk contact met ze. Ik kan me het aan boord komen van een San Francico pilot niet anders voorstellen, dan dat hij zijn hoed stevig in zijn nek getrokken heeft. Een city-bag met een touw er om op zijn rug geslingerd en de "last paper" uit de achterzak van zijn pantalon stekend. We "shake hands", je krijgt de "last paper" en we voelen ons haast of we de Nieuwe Waterweg opstomen. De notendop is intussen weer naar de schoener terug geroeid. Wij geven "vol vooruit" en zijn weldra tussen de boeien, die het vaarwater in de baai aangeven. Het is pracht weertje vandaag en het naar binnen stomen is kinderspel. Loods en kapitein hangen gemoedelijk over de railing en zetten een grote boom op,onderbroken met af en toe een commando aan de roerganger. Maar geloof maar niet dat het altijd zo is. Het mist veel op de Californische kust en dan naar binnen te lopen "means bussiness". Dan is het geen gezellige boom drukken, maar sta je allebei met ogen en oren gespannen tot het uiterste en het klokje in de hand om de minuten te tellen tussen de opeenvolgende boeien. Ja, daar horen we de bel van de volgende boei. Soms is het:

“Captain, nog een halve minuut.”

En als we dan nog niet de bel van boei nr. zoveel horen, moeten we ten anker en wachten tot het opklaart.

“Klaar, het anker te laten vallen, stuurman.”
“Hand aan de telegraaf.”

Om dadelijk:

“Vol achteruit.”

te kunnen varen. Maar:

“Ja hoor, daar heb je hem!”
“Recht vooruit?”
“Nee, 2 streek op stuurboord.”
“Hard stuurboord.”

Want we moeten hem aan backboord passeren.

“Ja, ik zie hem.”
“Meer stroom dan we dachten, hè‚ loods.”
“Tijd noteren, als de boei dwars is, stuurman en koers 110 tot de volgende boei.”

Zo vervolg je dan langzaam en voorzichtig, al tastend je weg tot je binnen bent en een zucht van verlichting slaakt.

Maar niet zo vandaag , mijne Heren. Californië verwelkomt ons met zijn heerlijke zonnenschijn. Het zou ook jammer zijn als u niet van de schoonheden van de Gouden Poort kunt genieten. Aan backboord zien we hoge groene heuvels, met hier en daar witte farms, een paar lichttorens en op de achtergrond een vrij hoge berg: Mount Mallpas2.

Dit is de Marine County3, één van de mooiste county's, die San Francisco omringen. Het is er zeer heuvellachtig, met hier en daar streken met redwoods, de reuzenbomen van de Westkust. Het is afwisselend veeteelt- en tuinbouw-land met kleine en grotere boerderijen en veel hoenderparken en ook wijnbouw. Verder hebben we in de Marine County aan de kant van de baai ongeveer een 20 mijl de baai in, de grootste marine- basis van San Francisco, Mare Island. Dan hebben we ook aan de baaizijde de welbekende State Prison St Quentin met een paar duizend gasten en een paar grote farms, waar een gedeelte van deze gasten te werk gesteld zijn. Dan hebben we nog in de Marine County "The Valley of the Moon", waar Jack London zijn estate had en de meeste van zijn boeken heeft geschreven o.a, zijn bekendste, dat als titel had "The Valley of the Moon".

Maar kijkt U nu eens naar stuurboord. Daar zien we de straten van de buitenwijken van San Francico al, die lopen als slangen naar boven tegen de heuvels op. Daar komt de Beach in zicht, met zijn Amusement Park. Een klein "Coney Island".

Vlak daarvoor, zowat een mijl van de wal, ziet u een paar gemene scherpe rotsen uit het water opsteken. dat zijn de Seal Rocks, of Zeehonden rotsen. Als U een kijker neemt ziet u de zeehonden als glinsterende zwarte plekken op de stenen liggen, honderden! Tussen die rotsen zien we twee wrakken van tankers zitten. Dat is een heel eigenaardige geschiedenis. De tankers zijn beide van dezelfde maatschappij en precies op een jaar af nadat de eerste daar omhoog liep, liep nummer twee, bijna op dezelfde plaats met nog geen 100 meter verschil met de eerste, naast haar omhoog.

Links van de Seal Rocks ziet U een prachtig begroeid tafelland met een mooi restaurant, waar je uitstekend kunt dineren en waar vanuit je tegen de avond zo prachtig de zonsondergang in de Pacific Ocean kunt waarnemen.

Maar kijk niet te lang, u zult nu spoedig een wereldwonder aanschouwen: de grootste hangende brug ter wereld. Nu zijn de Amerikanen spoedig geneigd om the zeggen: "This is the biggest of the world." Maar deze brug is werkelijk de grootste hangende brug van de wereld, een werkelijk wonder. U ziet aan elke zijde van. De hoogte van de torens is 750 voet of te wel 229 meter. Tussen de tegen over elkaar op de wal staande torens zijn twee enorme kabels gespannen. Iedere kabel bestaande uit 27.752 staaldraden. Iedere kabel heeft een doorsnede van een meter. Stel u eens voor een staaldraad van meer dan drie meter omvang, zo dik, dat 2 man haar net kunnen omarmen. Die kabels zijn dan ook op hun plaats gesponnen. Men is begonnen om tussen ieder paar torens 1 draad te spannen en daarom heen zijn de 27.751 draden geweven. Iedere kabel is 7.650 voet dit is 2334 meter lang en loopt over de top van de twee hoge torens en is dan in de bodem verankerd met een cementblok van 120.000 ton. Aan deze reuzenkabels hangen honderden dunnere kabels waaraan de eigenlijke brug met het wegdek is bevestigd. De lengte van de brug is ongeveer 2 km nl. 1960 meter en is 220 voet, dit is 73 meter boven het watervlak opgehangen. Door de afkoeling, dus krimping van de kabel, krijgt de brug in het midden een bult van gemiddeld 15 voet dus 5 meter. Als de brug geschilderd moet worden is daarvoor een hoeveelheid verf nodig van 780.000 kg of te wel 52 grote wagonladingen!. De stalen constructie van de brug alleen weegt 83.000 ton en de torens 22.200 ton ieder. Het bouwen kostte $35 miljoen. Ze geeft een ieder, die er onderdoor vaart echt wat je noemt een "shield". Van uit de verte is het een schitterend gezicht. Hoe dichter je er bij komt, hoe meer je staat te gapen. Je staat versteld, hoe het mogelijk is dat mensenverstand zo iets ingenieus uitgecijferd heeft en mensenhand zoiets tot stand kon brengen.

De Golden-Gate Bridge is eigenlijk een onderdeel, of liever gezegd een bekorting van de welbekende Coastal Highway nr. 101, die van San Diego langs de kust door de staten Californië, Oregon en Washington tot de Canadese grens loopt en in Canada wordt vervolgd, waar mee men, toen ik voor het laatst in Canada was, in Alaska met Amerikaanse spoed bezig was. Nu is ze zeker gereed tot de Aleoeten, dus van groot strategisch belang.

De trafic over de Golden Gate Bridge is niet zo bijzonder groot vergeleken met de Oakland - of Bay Bridge, de andere van de twee bruggen over de Baai, nog geen tiende er van. Maar toch waren de cijfers over 1919 39.4 miljoen cars en 10 miljoen personen. Straks zal ik u meer over de Oakland - of Bay Bridge vertellen, het tweede wereldwonder van bruggenbouw.

We zijn nu onder de brug door gevaren en zien aan backboord zich een lange brede arm van de baai naar het Noord-Oosten buigen. Ze loopt wel een 50 mijl door en komt zelfs dicht bij Sacramento, de hoofdstad van de staat Californië. Hier en daar ziet men een mooi eilandje en zich in de baai uitstrekkende schiereilanden, met de vele keurige homes, bloementuinen en farms. Dat kleine stadje, met zijn tegen de heuvels opgebouwde villa's en wel op een boeket bloemen lijkend, is Sausolito, bekend om zijn pracht klimaat, beschut door de heuvels tegen de zeewind en mist, met zijn front naar het Zuid-Oosten: dus altijd volop zon. Vele loodsen hebben daar hun homes gebouwd.

Nu zien we recht voor ons uit een eilandje in zicht komen met zware muren omzoomd, met wachttorens bezet en in het midden een paar grote grimmige gebouwen met vensters, die alle van zware tralies voorzien zijn. Dit is bepaald geen lustoord en inderdaad, dat is het ook niet. Dit is Alcatraz, de strengste gevangenis in Amerika en is daarom ook het meest geschuwd door het gangsterdom. Wie daar binnen komt, kan alle hoop laten varen. De zwaarste misdadigers worden daar dan ook opgeborgen, o.a. Al Capone, de tsaar van gangsterland. Ontsnappen is daar onmogelijk. In zijn hele lange, grimmige geschiedenis is er nog nooit een enkele boef uitgebroken. De meest uitgebreide voorzorgsmaatregelen worden daar dan ook genomen. De muren zijn bezet met machinegeweren. Als de gevangenen voor de nacht in hun cellen worden opgesloten, moeten ze eerst een instrument passeren, dat automatisch aanwijst of ze ijzeren voorwerpen bij zich hebben. Maar genoeg van dit oord van menselijke boosheid en verschrikking.

Laten we ons liever verlustigen in de schoonheid van de natuur rondom ons en de de grootheid van de techniek, die we overal bespeuren. We krijgen nu een vol gezicht op San Francisco. Het grootste gedeelte van de stad is net als Rome op zeven heuvels gebouwd. Vele straten zijn zo steil, dat de trams kabelbanen moeten zijn. De voetgangers hebben dan ook als ze de heuvels op moeten een hele tocht. Een gedeelte der city is echter op het vlakke basisstrand gebouwd; daar bevindt zich het voornaamste bussiness-center, de industrie, de havens en de opslagplaatsen.

Laten we eerst eens naar de havens kijken. Hier zijn allemaal pieren, die lood recht op de basis-oever zijn gebouwd. In het midden een paar ruime loodsen, zodat aan iedere zijde gelegenheid is voor 2 of 3 schepen om te meren. In het midden van de lange rij pieren, die de vorm heeft van een cirkelsegment bevindt zich het Ferry Building. Rechts daarvan zijn de even nummers der pieren en links de oneven nummers. Dit grote en mooie en praktisch ingerichte gebouw was jarenlang het centrum van alle verkeer voor alle Bay-cities. In de top-uren gingen er elke 10 minuten Ferries naar Oakland, Berkely, Richmond, Alameida en nog verschillende andere stadjes en steden aan de Baai. En geen kleine veerbootjes zoals onze heen-en-weertjes in Rotterdam, maar grote schepen met plaats voor duizenden passagiers en 100 tot 200 auto's. Verder nog een restaurant, bar en lunch-counter aan boord. Het Ferry Building kan nu op zijn gevel zetten: "Sis transit gloria mundi". Want sind de Oakland Bridge en de Golden Gate Bridge geopend zijn, is het er stil en uitgestorven. Slechts zo nu en dan ziet men nog een enkele Ferry-boat wegvaren, die de verbinding onderhoudt tussen de stad en een of ander ver afgelegen plaatsje.

Een 100 meter achter de Ferry Building zien we de Oakland - of Bay Bridge, de langste brug van de wereld, 8 mijl, dit is 12,5 km lang. Ze is een dubbel-dekker. Haar bovendek-gedeelte is alleen bestemd voor gewone personenauto's, 6 rijbanen naast elkaar. Het beneden-dek dient voor de treinen, bussen en vrachtauto's. Er is geen voetpad op deze brug, dus er overheen wandelen kan men niet. Slechts een gedeelte van de brug is een hangbrug; die loopt eerst naar een betrekkelijk klein maar hoog eilandje, waar doorheen twee lange tunnels geboord zijn. Het hangbrug-gedeelte bestaat uit 4 secties, dus er zijn 2 stel pilaren in het water, met net zoals bij de Golden Gate Bridge twee torens aan de San Francisco-wal en twee torens op het Goat Island. Verder nog op ieder van de twee in het water opgebouwde pijlers twee torens. Over al die torens zijn weer de kabels gespannen waaraan de brug opgehangen is. Aan de andere kant van de tunnels zijn nog twee hangende secties en verder mijlen ver een gewone brug. Zoals ik al zei, 12,5 km lang, van oever tot oever. Over deze brug gaat een enorm verkeer. In de top-uren is er op het boven-dek één onafgebroken file van auto's op alle 6 rijbanen. Beneden dendert de ene elektrische trein achter de andere voorbij. Oakland, Berkeley en Alameida, die aan de andere oever recht tegenover San Francisco liggen en samen groter zijn dan San Franisco, hebben een beter klimaat en er zijn meer tuinsteden, zodat een groot deel van de mensen die hun bezigheden in San Francisco hebben, aan die andere kant van de baai wonen. Iedere chauffeur van een auto, die over de brug rijdt moet een "quarter", dat is 25 dollarcents tol betalen. Het verkeer is zo enorm, dat men verwacht, dat in 10 jaar de brug zich zelf betaald heeft. Realiseert u zich eens, wat voor gemak die brug voor de vele mensen heeft gebracht. Voeger moest men eerst de tram nemen van S.F. naar het Ferry Building, naar de boot hollen, 25 minuten varen, weer overstappen op een trein en dan dikwijls lopen of een tram naar z'n huis nemen. Nu stappen ze in hun auto en ze zijn binnen het half uur in hun kantoor of werkplaats. Ook voor de mensen die van de trein gebruik maken, is het veel gemakkelijker en vlugger geworden. Het station ligt in het centrum van de stad. Na een goed kwartier staan ze in het hartje van Oakland.

Ik noemde u zo net Goat-Island, waar de tunnel van de Oakland -Bridge door gaat. De Wereldtentoonstelling van 1937 en '38 werd daar gehouden of liever gezegd, bij dat eilandje werd een stukje van de Baai drooggelegd. Kosten: slechts 15 miljoen Alleen de zijtak van de brug naar het tentoonstellingsterrein kostte 3 miljoen. De World Fair, die ik het geluk gehad heb beide jaren te kunnen bezoeken, was het mooiste wat ik ooit ergens ter wereld heb gezien, zowel esthetisch als technisch. Maar dat is another story.

We krijgen nu de quarantaine dokter aan boord. Daarna de Immigratiedienst en na alle formaliteiten vervuld te hebben en als daar het schip gemeerd is, is ons toegestaan de wal op te gaan. Gaat u mee met een tochtje door de stad?

Een 10 minuten lopen langs de brede weg die langs de pieren loopt, brengt ons voor het Ferry Building. Hier begint de hoofdstraat van San Francisco, Market Street. Dit is een brede rechte Avenue, bijna 5 mijl lang, die van de baai tot de Zuid-Oostgrens van de stad loopt en de lawaaierigste straat is die ik op de wereld ken. Zelfs erger dan Broadway in New York. Daarbij de vier tramsporen die in het midden van de straat lopen met in de drukke uren een bijna onafgebroken stroom van tramwagens. Want hoe modern San Francisco dan ook is, haar tramlijn is uit de tijd, of liever gezegd haar tramwagens. De dienst zelf is uitstekend. Op alle lijnen lopen de diensten dag en nacht door, 's nachts natuurlijk minder frequent, maar altijd nog naar de verste uithoeken ieder half uur een wagen. Het materieel echter is oud, zwaar en rammelend. Het moet zo zwaar zijn met het oog op het heuvelachtig gedeelte van de stad.

Market Street heeft praktisch geen woonhuizen, maar alleen winkel-skyscrapers, waarin zich honderden kantoren bevinden, ook vele movies en theaters. Aan onze linkerhand bevindt zich het oudste en ook het minst welvarendste deel van de stad: The Mission District. Hier bevinden zich de stations, verscheidene buiten-terminals. De Bay Bridge begint hier. Dit gedeelte van de stad wordt voornamelijk door de arbeidersklasse bewoond. De rechterzijde echter van Market Street is geheel anders. De eerste 6 à 7 blocks zijn op vlak terrein gebouwd en daarop bevindt ..... (De straten) die daar op Market Street uitkomen ziet U soms steil naar boven lopen. De trams in deze straten zijn dan ook kabelbanen, zeer typische vehicles. Het voorste gedeelte is open met twee langsscheepse banken waar tussen in de bestuurder staat, met een lange stang in zijn handen, waarmee hij de wagen beurtelings koppelt en ontkoppelt aan de staaldraad die onder het plaveisel in voortdurende beweging is. Het dichte gedeelte van de wagen is ingericht zoals vroeger bij ons de paardentram, weer met twee langsscheepse banken. Dus zeer primitief, maar de snelheid is zeer groot, er is een menigvuldige dienst. In de drukste straten een wagen per minuut. Ze stoppen maar heel kort en je hebt maar te maken, dat je er in of er uitkomt, want wachten op je, zoals iedere rechtgeaarde Hollandse conducteur zou doen, daar is geen kwestie van. Dan wacht je maar op de volgende! En wat de luxieusiteit van de wagens aangaat, wel, ze worden door de passagiers meestal toch maar een paar minuten gebruikt en "speed" is het voornaamste.

Maar laten we nu een van de wagens nemen naar het Golden Gate Park. Dit uitgestrekte, schitterende park was vroeger aan het zuidelijke eind van de stad gelegen, maar San Francisco heeft zich in 10 tot 15 jaar zo zeer uitgebreid, dat het park nu bijna in het centrum van de stad ligt. We volgen Market Street tot ongeveer halverwege, waarna we rechts afbuigen, over een groot plein rijden, waar aan alle zijden grote regeringsgebouwen liggen, het zo genaamde Civic Center. Dan gaan we door een lange tunnel, onder Twin Peaks, één van de zeven heuvels waar S.F. op gebouwd is. Binnen een half uurtje zijn we voor de hoofd ingang van Golden Gate Park.

De lengte van dit park is 4 à 5 mijl en de breedte 1 mijl. Een gedeelte is zo aangelegd, dat het nog echt de indruk van een woud heeft. Na een korte wandeling over een brede laan met aan weerszijden hoge eucalyptusbomen en cypressen, waarachter prachtige bloembedden liggen, komen we aan een grote open plaats. Deze is iets lager dan de weg gelegen en beplant met dusdanig gesnoeide bomen, dat ze als het ware een dak er boven vormen. De plaats is bezet met honderden comfortabele banken. Aan een zijde is een grote music-stand. Hier bent U in het z.g. open-lucht-auditorium van San Francisco. Iedere Zondagmiddag en drie maal in de week op werkdagen 's avonds worden hier concerten gegeven door het stedelijk filharmonisch orkest. Een uitstekend orkest met eenberoemde dirigent, die slechts eerste klas muziek ten beste geeft. Alles vrij voor het publiek. Vlak achter het auditorium ziet u een laag, halvemaan-vormig gebouw met het welbekende aquarium en de diorama's.

Het aquarium is een van de beste ter wereld, zowel voor zout- als zoetwatervissen. De schitterendst gekleurde vissen uit de tropen en de Zuidzee-eilanden ziet u daar in onderzeese tuinen van koraal en zee-anemonen heen en weer schieten . Praktisch alle vissoorten van de Pacific zijn hier vertegenwoordigd. De Californische zoetwater-vissen vindt U er allemaal. In de andere helft van het gebouw zijn de diorama's met de Californische-zoogdieren en vogelwereld. De opgezette dieren staan in hun natuurlijke omgeving, die gedeeltelijk gecreëerd wordt door natuurlijke voorwerpen en ten dele door schilderwerk wordt voorgesteld, bijvoorbeeld een kolonie bevers. Hun huizen, die in het water staan, het water, de bomen, de modder, het riet: allemaal echt. De bevers zijn in natuurlijke houding opgezet daar tussen geplaatst. De achtergrond is een geschilderd. vergezicht. Als je er voor staat krijg je de indruk van een werkelijkheid geworden schilderij. Het moeten grote kunstenaars zijn geweest die dit hebben samengesteld. We zouden ons aan het aquarium en de diorama's wel een hele dag kunnen verlustigen. Maar we moeten verder als we wat meer willen zien. We zullen door het park naar de Beach wandelen, een wandeling van drie kwartier, maar waarvan U geen berouw zult hebben.

Als we het aquarium verlaten ziet U twee bassins met zeehonden wier capriolen en spelen in het water urenlang onze aandacht kunnen boeien. Als we over het auditorium heen kijken, zien we twee vrij nieuwe gebouwen, waarin het Kunst- en het Californisch Historisch Museum zijn gevestigd. Beide musea zijn zeer bezienswaardig. In het Kunstmuseum hangen verscheidene oude meesters. Maar we zullen een bezoek voor een regenachtige middag bewaren. We wandelen nu eerst langs een meertje met verscheidene eilandjes. We kunnen er de watervogel-wereld van Californië‚ bewonderen. Bijna alle soorten watervogels komen in dit kleine meertje in het wild voor. Weer een plaats waar we urenlang zouden kunnen kijken. Wij passeren nu aan onze rechterhand een grote weide waarin een hele kudde bisons vreedzaam aan het grazen is. Het zijn prachtige kolossale dieren met een brute wilde kracht. Deze zijn alle in gevangenschap gekweekt, want 50 jaar geleden was de bison, die vroeger met miljoenen in de prairies van Amerika voorkwamen, bijna uitgestorven. Men heeft overgebleven exemplaren verzameld en ze onder gunstige condities laten voorttelen, zodat er tegenwoordig weer vele exemplaren in dierentuinen en parken gehouden worden en zelfs weer naar dierentuinen buiten Amerika worden uitgevoerd.

Al wandelend door de mooie boschages met overal tussen het hoge hout bloeiende wilde rhododendrons en azalea's passeren we het Japanse theehuis. Heel pittoresk gebouwd in de stijl van een tempel met er omheen een tuin vol dwergboompjes en vijvertjes met lotusbloemen. Men kan hier heel duur, heel slechte Japanse thee drinken. We zullen maar niet naar binnen gaan, want we zullen allen wel genoeg hebben van de Japanse gastvrijheid.

Als we nu bijna op de Boulevard zijn en de Pacific Ocean al ontwaren, zien we plotseling een oude bekende voor ons: een echte Hollandse windmolen. Je zou zeggen zo uit het polderland weggelopen. Met welk doel hij daar staat, daar ben ik nooit achter gekomen. Ik heb haar ook nooit zien werken. Ik vermoed, dat het een overblijfsel is van de voorlaatste Wereldtentoon-stelling, die naar ik meen in 1910 gehouden werd, enige jaren na de ontzettende aardbeving en de daarop volgende rampzalige brand van 18 April 1910, die drie vierde van de stad in de as legde en verwoestte. Rechts zien we de mooie brede Boulevard sterk naar boven lopen. Ze leidt naar dat mooie beboste plateau dat we van zee uit gezien hebben, het restaurant Cliff House recht tegenover de Seal Rocks. Het gezicht van daaruit is schitterend. We zijn daar in de gelegenheid de zeehonden van nabij gade te slaan. Het is grappig om ze in het kanaal tussen de Seal Rocks en het strand af en toe te zien opduiken. Net alsof een oude vent met een kale kop zijn hoofd zo nu en dan boven water steekt om lucht te happen.

We kunnen nu de Boulevard, die 3 à 4 mijl lang is, afrijden met een zeer eigenaardig vervoermiddel: de lilliput-trein of schertsend genoeg de Jumbo trein genoemd. Het zijn drie open wagens, ieder voor 20 personen. Ze zijn heel laag bij de grond en er zijn twee banken langscheeps geplaatst aan de buitenkant met in het midden een smal pad voor de conducteur. De passagiers zitten dus met de ruggen naar elkaar en hebben daardoor een onbeperkt uitzicht. De drie wagens worden getrokken door een tractor, die met en kalm gangetje voortsukkelt. Het is een ideaal vervoermiddel voor sightseeing. Oorspronkelijk hebben deze lilliput-treinen dienst gedaan op het tentoonstellingsterrein. Ze voorzien nu op de Boulevard in een werkelijke behoefte, daar er geen openbaar vervoermiddel is tussen Cliff House en de Zoo and Fleischhacker's Open Air Swimming Pool waarheen we nu op weg gaan.

We passeren eerst San Francisco's Amusement Park, zoals ik reeds zei een klein Coney Island en de moeite waard om op een avond te bezoeken om eens echt te kunnen lachen. Alle kermisvermaken zowel van de oude als van de moderne tijd zijn hier te vinden. Ze trekken iedere avond weer een andere drom mensen. Alles is even groots opgezet. De Montage Russe bijvoorbeeld, wat ze daar de Rollier Coaster (de reuzenbaan), noemen is een structuur van zeker wel een 100 meter hoog en een railslengte bij elkaar van meer dan een mijl. Je valt met een bliksemsnelheid in wat je een onpeilbare diepte toe lijkt, neemt bochten waar je haren van te berge rijzen en je komt er na 10 minuten ademloos en gaar uit. Zo zijn er tientallen mechanische dingen en werktuigen, die alle ten doel hebben de mensen een thrill te geven. Ook zijn er alle mogelijke en onmogelijke grappige en obscure shows. Natuurlijk zijn er de nodige restaurants, hot-dogs- en Hamburger-stands, popcornkramen enz. enz.

Weet U wat een hot-dog is? Dat is een gebraden Frankfurter tussen een broodje. Voor 1916 gewoon een Frankfurter genoemd. Maar toen de Duitse uitdrukkingen taboe werden, herdoopt in Hot Dog en die naam heeft het behouden. Zo werd Sauerkraut Liberty Cabbage, maar later heeft het zijn oude naam weer terug gekregen. Een Hamburger was een Hamburger-beefsteak tussen een broodje. Men noemde dat toen a minced dog, maar ook deze titel werd weer in ere hersteld.

Na een half uurtje kalm over de brede strand-boulevard gereden te hebben zijn we bijna aan het eind van ervan en slaan we nu links af en stoppen al spoedig voor de ingang van een ander groot park, waar we al gauw een groot zwembassin tussen de bomen ontdekken. Dit is door een zekere Mr. Fleischhacker aan de stad geschonken voor publiek gebruik. Het moet miljoenen gekost hebben. Het heeft een lengte van een 100 meter en een breedte van 30 meter. Dit alles geheel en al van helder gekleurde tegels gemaakt. Het bassin varieert van een diepte van een pierebad tot .. meter. De diepte is met grote cijfers op de tegelwand aangegeven. Om de 20 meter staat een springtoren met een lifeguard er op. Aan de ene zijde staat een lang gebouw waarin ook een groot zwembassin is, dat 's winters wordt gebruikt en verwarmd wordt. Ook de kleedkamers en de kasten waarin men zijn kleren op kan bergen bevinden zich in dat gebouw. Zelfs is er een kinderbewaarplaats met nurses, waar de moeders die een duik willen nemen hun baby's kunnen parken. Aan de andere kant van het bassin staan gemakkelijke banken onder hoge bomen, waar de toeschouwers op hun gemak het gewoel kunnen gade slaan.

En dit alles is geheel vrij en ook in de dierentuin wordt geen entree geheven. De Zoo is een stedelijke instelling. In Amerika is alles wat "from the people, to the people is" geheel vrij. Ook de Zoo is een waar lustoord en wat de dieren aangaat een van de beste van de wereld. Ik heb er vele gezien, in alle oorden ter wereld. Er zijn slechts enige met deze te vergelijken. Wat me vooral trof, was de uitstekende conditie waarin de bewoners zich bevinden. Dat is ten eerste te danken aan de goede en deskundige verzorging en de zo natuurlijk mogelijke omgeving waarin ieder dier gehouden worden, bovendien het heerlijke klimaat. Eerst komen we voorbij de monkey-rock, waar honderden apen van diverse soorten rondspringen en elkaar achterna zitten. Hun voornaamste bezigheid is eten en elkaar plagen en vlooien. Je kunt je er uren mee vermaken. Dan volgen de beren in hun rotswoningen. Allerlei soorten, zelfs grizzly's. Dat zijn gevaarlijke klanten. Ook zijn er verscheidene ijsberen. De gewone bruine en zwarte Amerikaanse beren zijn de clowns van de Zoo. Ze doen alle mogelijke tricks, zoals dood gaan liggen, een hand bedelend ophouden. Zelfs is er een, die op zijn kop gaat staan om de aandacht van het publiek te trekken en daardoor wat lekkers te krijgen. De olifanten, een 15-tal, hebben een prettig gebouw met ruime wandelplaatsen aan de voorkant. Men heeft weer alle bestaande soorten, met diverse baby's die er grappig uitzien. De leeuwen en tijgers zijn ondergebracht in echte rotspartijen, waar achter hun nachthokken in een groot cirkelvormig gebouw uitkomen. Het zijn allemaal prachtexemplaren, die zich in hun omgeving thuis voelen en klaarblijkelijk tevreden zijn. Dan waren er twee giraffen met een baby, bespottelijke dieren om te zien. De grootste merkwaardigheid was hun jong: het enige dat ooit in een dierentuin geboren is.

Ook de vogelwereld is zeer goed vertegenwoordigd. Vooral de vele paradijsvogels, voor hun pracht en de penguins, voor hun grappigheid trekken veel aandacht. We kunnen hier heus wel een hele dag doorbrengen zonder ons te vervelen. Bovendien: een mooi restaurant, soda-fountains en hot-dog stands zorgen voor de versterking van de inwendige mens. Ik zou nog wel een uur kunnen doorgaan met te vertellen over dit mooie park en de prachtige dieren die het huisvest. Ik wil alleen nog even de mensapen, de chimpansees, de orang-oetans en de gorilla's releveren waar van er hier verscheidene te vinden zijn. Ze zitten in reuzen glazen kooien. Sommige met een echt bed en een stoel. Ze spelen en stoeien met hun oppassers alsof het kinderen zijn. Een van de orang-oetans is net een echte huisvrouw. Altijd bezig met haar huishouden. Maakt haar bed op, sjouwt met de twee stoelen en haar tafel en een spiegel in haar huis heen en weer. Ze doet zelfs af en toe een schortje om en weer af. Het is om te gillen als je dat ziet. Ze staat als een koket vrouwtje voor de spiegel. Maar laat ons afscheid nemen van de Zoo en met de tram naar de city terug keren.

Na een half uurtje komen we in een merkwaardig gedeelte van de stad: de Chinese stad van San Francisco of te wel China Town. Er zijn in Amerika wel een miljoen Chinezen en Japs. Iedere grote stad heeft dan ook een China Town. San Francisco echter de grootste, groter dan die van New York of Chicago. Praktisch alle Oosterlingen zijn echter American citizens.

Voordat de eerste Amerikaanse immigratie-wetten tot stand kwamen (omstreeks 1900) zijn ze toegelaten, of ze zijn al van de tweede generatie in Amerika geboren en absoluut westers of liever gezegd Amerikaans georiënteerd. Toch heeft hun stadsgedeelte het oosters cachet behouden. Als je door de hoofdstraat wandelt, zou je bijna denken op de Passar Baroe te Batavia of Toedjoean in Soerabaja te zijn. Winkels met Japanse en Chinese snuisterijen en kunstvoorwerpen. Chinese restaurants, Chinese apothekers, groenten en vruchtenwinkels enz. enz. De bevolking is uitsluitend Oosters. Je ziet velen nog met het Chinese baatje en de wijde pantalon. Je kunt er in de restaurants even goed je Bami Tjap-tjai of je Foe-yong-hay eten als hier. De Amerikaan is er gek op. De Chinese restaurants doen er een florerende bussiness.

Aansluitend aan China-Town hebben we nog een interessant en welbekend gedeelte van San Francisco: The Old Settlement4. Het is een straat waar ieder huis een restaurant met floor-show, een bar of een café-chantant is. Vroeger was dit de beruchte z.g. Barbarian Coast5, die zijn hoogtepunt van beruchtheid had in de Goldrush-tijd. In die tijd stroomde het schuim van de hele wereld naar Californië om in de goudvelden een kans te wagen en werd die amusementsstraat even gevaarlijk geacht als de Kust van Barbarije. Nu is ze echter geheel en al respectabel geworden. Als je eens een avond vol lawaai en uitbundigheid wilt hebben, dan kun je dat daar vinden. Wandelen we hier vandaan de richting van Market Street op dan passeren we een steil oplopende straat en zien we dat we zowat halverwege de heuvel zijn waarop het Mark Hopkins Hotel staat met zijn bekende bar-room, ‘The Top of the World’6.

Nemen we de cable-car, dan zijn we in een paar minuten voor de ingang van deze hotel-sky-scraper. Door haar wijde swing-doors komen we in een grote luxueus gemeubelde hall of lobby, met overal gezellige zitjes van monumentale stoelen en sofa's. Langs een zijde zijn natuurlijk de grote receiving-counter en de informatie- bureau's met een leger van klerken en bell-hopps (wij zouden ze chasseurs noemen). Aan de tweede zijde is de ingang tot de dining-room en de twee andere zijden zijn ingenomen door diverse winkels: een bloemenzaak, juwelierszaak, dames- en herenkleding en een barber's shop. Laten we maar een ogenblikje in de lobby op een van die gemakkelijke fauteuils plaats nemen en het gewoel van de komende en gaande gasten en bezoekers aanschouwen. De lobby's van de hotels zijn vrij voor het publiek, niemand valt je lastig of kijkt zelfs maar naar je. Het zijn in Amerika dan ook veelal de rendez-vous' voor mensen die een afspraakje hebben.

Nu gaan we naar de Top van de wereld. Daartoe nemen we de snellift, een van de tien liften naast elkaar, die zonder te stoppen naar de hoogste verdieping spurt. Ik meen dat het de 42e verdieping is. In de cloak- room worden onze hoeden en jassen in ontvangst genomen door een paar schattige Chinese meisjes. We krijgen een nummertje er voor en treden de bar-room binnen. Stel U voor: een enorme rotonde met de zijden geheel van glas en in het midden een reusachtige ronde bar. Langs de glazen zijden zijn overal gezellige zitjes. Als we ons neer gevleid hebben en naar buiten kijken, krijgt een ieder, die gevoel voor schoonheid heeft een prop in de keel van het onbeschrijfelijk mooie panorama dat zich aan zijn ogen ontrolt. Kijken we eerst eens naar de Baai-zijde. Diep beneden ons zien we een zee van daken, met de vele sky-scrapers er boven uitstekend, de straten lopen er als linten doorheen, wemelend van de voertuigen en zo klein van deze hoogte af als miniatuurspeelgoed en de mensen zo groot als mieren. Daar hebben we de werven met het Ferry Building in het midden en daarnaast de Bay Bridge. Vanaf hier krijg je een goede indruk van haar lengte en van het enorme verkeer er op. Nu kun je goed zien dat ze haar einde heeft aan de andere kant van de baai in een grote stad met even veel sky-scrapers als San Francisco. Dat is Oakland. Links van Oakland een andere stad: Berkeley, de universiteitsstad; rechts Richmond en Alameida en achter die steden een vrij hoog begroeide heuvelrug. Gaande naar links de brede arm van de Baai, die wij bij binnenkomst passeerden, de Marine County met ..... En dan de Golden Gate met haar brug. Kijken we naar het Westen, dan zien we de onmetelijke Pacific Ocean waar we de zon, als we de goede tijd hebben gekozen, zien ondergaan. Ver weg de Farilloes en haast aan onze voeten de Seal Rocks, Cliff House en de Beach met haar Amusement Park. Naar het Zuiden ziend kijken we over het Golden Gate Park en een groot gedeelte van de .... wijken en krijgt u een indruk hoe groot San Francisco is. Verder weg het Kustgebergte, alles is begroeid. In Oostelijke richting zien we de Baai mijlen en mijlen ver in het land doorlopen met verscheidene stadjes aan haar oevers zoals San Martin, Redwood City, Stanford University, Manly Pacific, Dunnmore en nog enige andere stadjes, die we allemaal meer of minder als tuinsteden van San Francisco kunnen beschouwen. Ver weg zien we de hoge toppen van de Sierra Nevada met de sneeuw, als het ten minste niet somber is, schitteren in de avondzon.

Tussen het Kustgebergte en de Sierra's bevindt zich de St. Joachim Valley, de grootste moestuin en vruchtboomgaard en voedselvoorziener van Californië. Ze strekt zich uit beoosten van San Francisco tot bijna aan Los Angelos. Een lengte van 300 tot 400 mijl en heeft een zeer vruchtbare grond. Honderden vierkante mijlen zijn beplant met sinaasappelen, grapefruits, vijgen, olijven, perziken en pruimen. De miljoenen blikken Californisch canned fruit, die U zelfs in de verste uithoeken van de wereld kan kopen, komen bijna allemaal uit St. Joachim Valley. Zo kunnen we hier urenlang genieten van het prachtigste panorama. Ieder uur van de dag geeft door zijn eigen belichting weer een andere charme aan het beeld. Het mooist is het echter tegen zonsondergang op een heldere dag. Als we eerst de zon als een vurige bal in de Oceaan hebben zien wegzinken, zien we het landschap steeds wisselende kleuren en tinten aannemen en vervagen. Dan springen overal de lichtjes op, tot dat we over een miljoen er van heen kijken, als over een zee van licht. Het uitzicht is hier werkelijk zo fascinerend, dat men er niet genoeg van kan krijgen. Als men weer in San Francisco komt, maar het liefst een pasteitje of een cocktail on the Top of the World gaat gebruiken.

Maar voor heden genoeg. Ik hoop, dat ik u een kleine indruk van de schoonheid van San Francisco heb kunnen geven. Ik hoop, dat ik niet te veel van Uw aandacht gevergd heb. Ik dank u, mijne heren.

Noten van de bewerker

[1]
Waarschijnlijk: Farallones of Farallon eilanden. Terug
[2]
Mogelijk speelt de herinnering de schrijver hier parten en moet dit zijn Mount Tamalpais. Terug
[3]
Schrijffout: Marin County. Terug
[4]
Bedoeld is: International Settlement. Terug
[5]
Bedoeld is: Barbary Coast.Terug
[6]
Bedoeld is: The Top of the Mark, naar het Mark Hopkins-hotel. Het hotel staat op de plek waar vroeger het huis stond van Mark Hopkins, een van de spoorwegbaronnen. Terug